Reisverhaal - Familie Klaassen
Op 5 augustus vertrokken we met een camper van Oortgiese richting Scandinavië. Twee weken, geen strak schema en vooral één wens: rust, ruimte, natuur en onderweg wel zien waar we terecht zouden komen.
En juist dat laatste bleek het mooiste van camperen.
Onze eerste camping in Noorwegen bleek vol. Even balen, maar tien minuten later stonden we op een prachtige, stille plek aan het Iddefjord. Geen camping, geen reservering, geen plan. Alleen de camper, het water en een uitzicht waar we stil van werden.
Zo ging het eigenlijk de hele reis. We reden door Noorwegen en Zweden, over hoogvlaktes en langs fjorden, meren en rivieren. Soms vonden we een kleine camping, maar minstens zo vaak sloegen we zomaar een weggetje in en ontdekten we een plek waar we het liefst meteen wilden blijven.
Ook onze hond ging mee. Hij moest in het begin behoorlijk wennen aan zijn huis op wielen, maar vond al snel zijn vaste plek achter onze stoelen. Bij hoogteverschillen kreeg hij een blokje kaas, want ook een hond heeft op vakantie natuurlijk recht op kaas bij druk op zijn øren.
Het weer? Dat deed wat het wilde. Dus veranderden wij gewoon mee. Regende het dagenlang in Noorwegen, dan gooiden we de route om. Scheen de zon, dan bleven we wat langer. En was een plek prachtig, dan hoefden we nergens meer naartoe.
Dat is misschien wel wat ons het meest is bijgebleven. Met een camper hoeft niet alles vast te liggen. De reis tussen de hoogtepunten is óók vakantie. Soms ligt de mooiste overnachtingsplek gewoon ergens langs de weg. Je moet hem alleen zien.
Na bijna 4.000 kilometer en vijf landen reden we onze woonplaats weer binnen met heel veel foto's, nog meer verhalen en eigenlijk maar één probleem:
we waren nog lang niet uitgecamperd.
Dus Oortgiese… mochten jullie toevallig nog ergens een weekje over hebben… 😉
Wij weten inmiddels heel goed wat we ermee moeten.