Rijden met de camper

Je hebt een camper gehuurd of gekocht bij Oortgiese Campers en staat op het punt zorgeloos op vakantie te gaan. Je rijdt immers in een van de nieuwste en meest luxe topcampers van de betrouwbaarste Duitse A-merken, zoals Dethleffs, Sunlight, Adria, Burstner en Pössl. En wat te denken van onze 9,5 meter lange luxe Amerikaanse Thor ACE met slide-outs? Oortgiese Campers zorgt, jij geniet. Waarmee moet je rekening houden als je met een camper rijdt?

De huidige generatie campers is zo gemaakt, dat het lijkt alsof je in personenwagen rijdt. Stuur- en rembekrachtiging, ABS (remmen blokkeren niet en de camper blijft bestuurbaar), krachtige en soepele motoren, uitgekiende vering, soepel schakelmechanisme of steeds vaker een automaat, ideale wegligging en ga zo maar door. Als je goed kunt rijden in een auto lijkt het rijden met een camper een koud kunstje. In het gemak schuilt het gevaar. Denk aan het rijden met moderne vrachtwagens. Een van de belangrijkste redenen waarom je vaak hoort over gekantelde vrachtwagens, komt juist door de betrekkelijke eenvoud waarmee een moderne vrachtwagen bestuurd kan worden. Hierdoor dreigt het gevaar dat de bestuurder het directe gevoel met de weg en de weersomstandigheden verliest en inschattingsfouten maakt. Nou is een camper natuurlijk geen vrachtwagen, maar vergis je niet: lengte, breedte, hoogte en gewicht van een camper – tot 3500 kilo met een B-rijbewijs en boven 3500 kilo met een C(1)rijbewijs – zijn nadrukkelijk anders dan die van een personenauto. Alleen de remweg is al stukken langer.

Goed voorbereid
Om zorgeloos op reis te gaan is het nuttig na te denken over een aantal belangrijke aspecten. Veel kun je voorbereiden, maar ook tijdens de reis bepaal je hoe veilig je van A naar B reist. Rijd met een goed onderhouden camper op goede banden, met de juiste spanning, en houd rekening met andere omstandigheden als je een camper bestuurt. Zorg voor de juiste belading: zware spullen liefst zo laag mogelijk, idealiter in het midden van of dichtbij de assen.

Loop voordat je gaat rijden een checklist door: zitten alle kastjes goed dicht, zijn de dakluiken en ramen gesloten, zorg bij een noodstop dat er geen losse objecten door de camper vliegen, etc. Alle perfect onderhouden verhuurcampers van Oortgiese Campers hebben zo’n checklist aan boord. Stap uitgerust achter het stuur, los elkaar af, neem de tijd en pauzeer regelmatig. Pas je snelheid aan als de (weers)omstandigheden daarom vragen (zijwind, neerslag, gladheid, slecht zicht, etc.), houd afstand en anticipeer. Gebruik actuele navigatie voor je gemak en voorkom zo stress op de verkeerde momenten. Misschien is de belangrijkste tip: er is geen enkele reden om te haasten, je hebt vakantie!

Lengte, breedte en hoogte van een camper
Een camper is een huis op wielen. Om leefruimte te creëren heeft een camper hoogte, lengte en breedte nodig. Juist die afmetingen zorgen bij het manoeuvreren dat er vaak iets fout gaat. Dat is vervelend voor alle partijen. Zeker als je je realiseert dat een huurcamper de dag na de huur alweer tiptop klaar moet staan voor de volgende huurder. Daarom besteden we graag wat meer tijd aan de risico’s op schade die op de loer liggen.

Een camper is een flink object. De maten staan bij huurcampers van Oortgiese Campers meestal op de binnenspiegel of op het raam links van de bestuurder. De lengte van een camper, al gauw meer dan 6 meter, zorgt ervoor dat bij een scherpe bocht de achterkant van de camper ‘binnendoor’ komt. Maak daarom een ruime bocht om obstakels heen. Een hulpregel: zet de bocht pas in als je eigen lichaam zich naast het object bevindt waar je omheen wilt rijden. Doordat de achterkant bij een (scherpe) bocht uitzwenkt, is het ook zaak niet te scherp bij objecten vandaan te sturen. Zorg dus niet alleen voor genoeg ruimte aan de binnenzijde, de kant waar je naartoe stuurt, maar ook aan de buitenkant! Stel je voor: je staat strak langs een muur geparkeerd. Als je een scherpe bocht zou maken bij het wegrijden bij de muur vandaan, zal de achterkant naar buiten draaien. De achterkant zal dwars door de muur heen willen, met alle mogelijke schade tot gevolg. Je kunt pas scherp bij de muur vandaan sturen op het moment dat er genoeg ruimte tussen de camper en de muur is ontstaan. Kortom, rijd naar voren en stuur licht bij de muur vandaan, totdat er voldoende ruimte is om de bocht scherper te maken. Meteen een goede reden om niet te dicht langs objecten te parkeren. Maak goed gebruik van je spiegels, de achteruitrijcamera, maar bovenal: laat een of meerdere personen bij het manoeuvreren buiten meekijken en gebruik die hulp, hoeveel ervaring je ook hebt.

Een camper kan een meter breder zijn dan de gemiddelde personenauto en benadert de 3 meter. Op snelwegen zijn smallere stroken meestal verboden terrein voor brede voertuigen. Denk aan de linker rijbaan bij wegwerkzaamheden. Houd verkeersborden goed in de gaten. In het algemeen: kijk van tevoren (afwijkende) verkeersregels na van de landen die je met de camper bezoekt.

Van grote wegen tot kleine weggetjes…
Met een personenauto kost het op sommige weggetjes en straten al moeite om tegemoetkomende personenauto’s te passeren, laat staan zwaarder verkeer. En nu rijd je zelf ook nog eens in een camper. Hoe kleiner de weggetjes, des te smaller sommige doorgangen. Goede wegenkaarten geven duidelijk aan wat hoofd- en secundaire routes zijn. Witte weggetjes op een Michelinkaart kunnen uiterst smal zijn, net als weggetjes zonder middenstrepen. Die beperkte breedte kan erg lastig zijn, vooral in dorpjes, waar ook balkons en daken vervaarlijk laag kunnen hangen. Dan kan rechtuit rijden al voor de nodige zweetdruppels zorgen, laat staan (haakse) bochten. En wat als je niet verder kunt en achteruit moet rijden?

Op secundaire routes loop je risico’s op beschadigingen (krassen) aan de zijkanten van de camper door overhangende struiken en takken. Maar ook rotsen kunnen uitsteken. Tunneltjes kunnen zo gebouwd zijn dat je er alleen probleemloos doorheen rijdt als je het midden van de weg aanhoudt. Kijk vooruit en reageer adequaat. Houd verkeersborden goed in de gaten (hoogte-, lengte- en gewichtsbeperkingen). Ken de maten van je camper en ken je eigen vaardigheden. Regeren is vooruitzien. Rijden met de camper ook.

Manoeuvreren
Op goede wegenkaarten staan op essentiële plaatsen (bergpassen bijvoorbeeld) lengte- en breedtebeperkingen vermeld. Let ook hier goed op de verkeersborden met dergelijke informatie. En mocht je toch in een situatie belanden waar passeren of manoeuvreren lastig is: pas je snelheid op tijd aan en kijk goed of er bijvoorbeeld speciale gelegenheden zijn waar je heen of terug kunt rijden voor een veilige passage. En, we vermeldden het eerder, als er ‘op de centimeter’ gemanoeuvreerd moet worden: laat iemand, mits veiligheid dit toestaat, buiten assisteren, want je ziet niet alles om je heen. Een achteruitrijcamera is doorgaans naar beneden gericht en ziet obstakels aan de bovenkant (takken, balkons, verkeersborden, etc.) niet of nauwelijks. Iemand buiten de camper laten meekijken en aanwijzingen laten geven getuigt niet van een gebrek aan rijervaring of onzekerheid, maar geeft in- en overzicht.

Rijden in de bergen
Voor rijden in de bergen geldt: stijgend verkeer heeft altijd voorrang. Het kan immers levensgevaarlijk zijn achteruit te rijden met de helling mee, omdat het voertuig dan niet geremd wordt door de motor. Postbussen hebben altijd voorrang en hun chauffeurs kunnen zelfs verplichte aanwijzingen geven.

Als je in de bergen een claxon hoort, weet je dat er iets aankomt dat waarschijnlijk ruimte nodig heeft. Geef elkaar die ruimte! Rijd in dezelfde versnelling naar beneden als waarmee je omhoog bent gekomen. Doorgaans hebben campers met automaat een knop om het op- of terugschakelmoment uit te stellen, speciaal voor rijden in de bergen. Of zet de automaat uit en ga over op handschakeling. De motor heeft immers toeren nodig om de helling op te komen; dat kan alleen als er niet wordt opgeschakeld. Probeer het maar eens uit met een fiets en trap met een te zware versnelling omhoog; dit houd je niet lang vol. Terugschakelen en meer omwentelingen maken is het devies, ook voor een campermotor. Bij het afdalen: schakel handmatig en schakel terug, want de automaat zal met een toenemende snelheid, de wet van de zwaartekracht, steeds naar een hogere versnelling opschakelen. Rem zoveel mogelijk op de motor om oververhitting van de remmen (lees: remvloeistof) te voorkomen. En als je moet remmen, doe dat niet continu, maar in blokken. Tijdens het afdalen is snelheid uit den boze; onder alle omstandigheden moet je op tijd kunnen stilstaan. Een camper heeft door zijn massa sowieso een langere remweg dan een personenauto, laat staan in een afdaling. Daarbij kan het in de bergen ook nog eens sneller nat en glad worden.

Als het fout gaat…
Als het onverhoopt fout gaat: blijf kalm en probeer de schade te beperken. Als je bijvoorbeeld vast staat tegen een obstakel (tak, paaltje, hek, muur), is de kans groot dat de schade verergert als je weer achteruit (of vooruit) rijdt. Kijk rustig hoe je de situatie het beste kunt oplossen voordat je de camper weer in beweging brengt. En voor je gemoedsrust: schade is erg vervelend, maar niet onoverkomelijk!

Tot slot
Een aantal belangrijke aspecten van het rijden met de camper passeerde de revue. Rijden met een camper is een waar genot, dus zie na het lezen van dit stuk niet ineens allerlei beren op je weg. Voorkomen is gewoon beter dan genezen. Door kennis en ervaring wordt het allemaal steeds inzichtelijker en relaxter. Maar pas op voor teveel routine. Neem de tijd, het is vakantie!

Oortgiese Campers wenst je een fantastische reis toe; geniet!

door Janno Maljers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *